‘Alleen naar voren gaat niet goed’
Bokser, bankier, Brabander. Anton Vanden Bol voelt zich thuis bij de houtkachel in de keuken. Hij vindt er de rust die hij als ondernemer niet heeft. ‘Je bent er nooit. Als ik mijn hand laat zakken krijg ik ’m op m’n kin’. Door: Rob van ’t Wel Door de ruitjes van de houtkachel in de keuken schijnt een oranje gloed. Op de grote tafel staan koffie en koekjes. Anton Vanden Bol (56) kijkt tevreden de boerenkeuken rond. ‘Weet je nog? Bij jullie thuis stond net zo’n kachel in de keuken. En je vader zat daar met een sigaret in zijn luie stoel—zijn benen met die lange grijze sokken omhoog. En maar verhalen vertellen. Dit is precies waarom ik hier naartoe wilde.’ De verbouwde boerderij van kunstenaar Toon Langens in het Brabantse Riethoven ligt zo’n vijftien kilometer van de plek waar de twee mannen als buurjongens en hartsvrienden opgroeiden. Maar die plek aan de rand van Eindhoven is ten prooi gevallen aan de grillen van de moderne tijd. De verbouwde boerderij van jeugdvriend Toon (57) ademt voor Vanden Bol echter nog altijd de Brabantse grond waar hij in wortelt. Het is de basis van zijn bestaan.Varkens
HypotheekVisie-oprichter Anton Vanden Bol ‘ontstond’ in Amsterdam maar verhuisde op zijn vierde al naar Eindhoven. Vader Vanden Bol, een wegenbouwkundig ingenieur, betrok er met zijn gezin met tien kinderen een huis aan de rand van de stad. In de aanpalende straat stond de boerderij waar een één jaar ouder jongetje rondliep. ‘Na waarschijnlijk een vechtpartijtje zijn we vrienden geworden’, romantiseert Vanden Bol zijn eerste kennismaking met Langens, ‘en dat is nooit meer overgegaan’.Het is het begin van een gemeenschappelijke ontdekkingsreis door de jeugd. ‘Weet je nog?, vraagt de ondernemer, ‘dat jouw vader altijd zei dat hij weliswaar in een boerderij een straat verderop woonde maar dat zijn varkens eigenlijk bij ons in de straat stonden?’
Het is een uitnodiging voor een gesprek vol anekdotes en nostalgie. Over hoe ze op de hooizolder van strobalen een doolhof bouwden. En hoe gevaarlijk dat achteraf was. Over de granaten die ze zochten op het verderop gelegen militaire oefenterrein Somerse Heide — om vervolgens met de vangst stevig onder de snelbinders over een keiweg richting huis te fietsen. En hoe boos ze waren toen ze van de weg werden gehaald. Over wie er nu het grootste varken was bij het uitmesten van de stal. En over die ene keer dat ze met de hooiwagen omsloegen omdat ze hem veel te hoog hadden beladen. ‘Hoe we die balen zo hoog op de wagen hadden gekregen? Gewoon, door aanpakken. Dat doe ik in het zakenleven ook nog steeds.’
Het jaar leeftijdsverschil en de keuze voor verschillende middelbare scholen heeft de twee vrienden nooit uit elkaar kunnen drijven. Samen dwaalden ze door de natuur, samen gingen ze werken bij het klooster in Namen waar een heeroom van Langens was toegetreden, samen gingen ze met de brommer richting de zonnige stranden van het mondaine Saint Tropez —om met pech te blijven steken in Grenoble. ‘Een Tomos’, zegt hij nog altijd trots. ‘Een beetje opgevoerd.’
Ferrari
Vanden Bol koos na de lagere school voor de hbs. ‘Daar ben ik van af geschopt’, zegt hij eerlijk. ‘Mijn interesses lagen elders, techniek en vliegtuigen en zo.’ Het leidt via een zijsprong naar de ulo (‘met twee vingers in mijn neus’) tot een baan in een garage met oude Italiaanse wagens als Ferrari’s, Lamborghini’s en Maserati’s. Het is een passie die nu op een laag pitje staat, maar die Vanden Bol nooit heeft losgelaten. ‘Ik hou van pk’s.’ Ook de passie voor boksen, die hij in diezelfde levensfase ontwikkelde, is nog altijd springlevend. Als scholier al werd hij na een korte liefde voor judo gegrepen door ‘the noble art of self-defence’. Met zijn boksschoenen aan zat hij bij de heilige mis in de kerk, wachtend op de aansluitende training bij de BVE, de BoksVereniging Eindhoven. En alle wedstrijden van Muhammad Ali werden op televisie gevolgd, ook al was het midden in de nacht.
In dienst kwam zijn talent voor de sport pas echt aan de oppervlakte. Vanden Bol werd in 1972 nationaal militair bokskampioen en kreeg alle faciliteiten om te trainen en te leven als een professional. Nog altijd traint hij vier- tot vijfmaal in de week.
De keuze om professioneel te gaan boksen is even voorbij gekomen om ingehaald te worden door een keuze voor een studie aan de heao. ‘Boksen is om te beoefenen de mooiste sport die er is, maar als je over de ethische kanten wilt discussieren haak ik af.’
En dus maakt Vanden Bol zich op om het bankvak in te gaan. De ondernemer met zijn vlinderdas ontpopt zich als een commerciële vechter; iemand die ook op jonge leeftijd problemen liever uit de weg ruimt dan er voor wegloopt.
Op m'n kin
‘Je bent er nooit’, zegt hij al die jaren later en wijzer. ‘Als ik mijn hand laat zakken krijg ik ’m op m’n kin en dan zit ik zo op de grond. In het zicht van de kerktoren ben je nog niet thuis.’Na een intensieve scholing en aantal jaren bij de Nederlandse Credietbank aan het vak geroken te hebben—‘ik heb daar alles meegemaakt zoals het niet moet’ — volgen verschillende directeursposten bij lokale NMB-filialen. Vooral in Brabant, hoe kan het anders.
Geïnspireerd door de opkomst van hypotheekwinkels in de Verenigde Staten besluit hij dan zelf een kans te wagen. ‘Als NMB-directeur moest ik natuurlijk zeggen dat een NMB-hypotheek het beste was. Maar dat kan natuurlijk niet altijd waar zijn.’
Vanuit een porto cabin begint hij in 1992 met HypotheekVisie, een advieswinkel waar woningzoekenden de keuze krijgen uit hypotheken van verschillende aanbieders. Inmiddels heeft de keten zeventig vestigingen.
Het levenswerk is nog niet af. Niet zolang er ruimte is voor groei. Maar het besef dat er grenzen zijn aan de groei is met de jaren gerijpt.
‘Mijn neus staat helemaal niet zo scheef’, illustreert hij. ‘Dat is geen toeval. Je moet ook weten wanneer je een stap terug moet doen. Alleen naar voren gaat niet goed.
’ Het is een les uit de boksschool en een les uit de zwerftochten met Toon Langens door de natuur. ‘We waren altijd buiten. Nu ga ik bewust met mijn kinderen op zoek naar plaatsen waar je de natuur nog kunt beleven. Zij kunnen niet meer eindeloos op pad. Dat is een gemis. De natuur heeft heel veel waarde. Niet alleen omdat het er is maar ook voor jezelf, als mens. De natuur leert je de plek van de mens.
’ Waar Langens na een carrière als onderwijzer ‘organisch kunstenaar’ is geworden, zal Vanden Bol niet gauw milieuactivist worden. Daarvoor is zijn ontzag voor de krachten van de natuur te groot. ‘Die veenbranden in Indonesië bijvoorbeeld. Zoveel rotzooi krijgen we nooit van z’n leven bij elkaar gereden.’
Bron: Het Financieele Dagblad, 11 december 2006






