Home > Over Hypotheek Visie > Hypotheek Visie in het nieuws > Banksparen niet beter of goedkoper dan een verzekering
Banksparen niet beter of goedkoper dan een verzekering
Anton Vanden Bol directeur van Hypotheek Visie, heeft niet de vlag uitgestoken bij de introductie van banksparen. Hij is wel enthousiast over het veranderende toezicht, de Wfd en de Wft.Banksparen hoeft niet goedkoper te zijn dan een verzekeringsproduct en
leidt ook niet per definitie tot betere opbrengsten dan een verzekering.
De consument zal deze twee vormen van kapitaalopbouw vanwege hun
uiteenlopende (kosten)structuren en fiscale en juridische gevolgen, niet
goed met elkaar kunnen vergelijken. Hij zal, net als voorheen, doorgaans niet precies begrijpen waar hij voor kiest. Anton vonden Bol heeft bepaald niet de vlag uitgestoken bij de introductie van het banksparen. 'Het is slechts lood om oud ijzer'. Daarnaast maakt hij zich zorgen over het gemak waarmee veel financiële dienstverleners de klant van advies voorzien. 'Op middellange termijn dreigt er door de vaak nog slechte advisering een hausse aan rechtszaken', aldus Vanden Bol.
Niet doorgronden
'Het banksparen is als goedkoop aangekondigd', zegt Vanden Bol. 'Ik geloof echter niet dat de banken het als zodanig in de markt kunnen en willen zetten. Banken zijn organisaties die doorgaans streven naar een rendement van meer dan tien procent. Dat gegeven zal nader uitgewerkt worden in de kosten lood van het banksparen. Evenals de kosten voor personeel en reclame. De consument die een keuze overweegt tussen bijvoorbeeld een bankspaarproduct of een verzekering voor de oude dag (lijfrente), zal de wezenlijke verschillen tussen een dergelijk bankspaarproduct en een lijfrente niet kunnen doorgronden.Bijvoorbeeld lijfrentekapitaal bouwt zich nooit lineair op en in het geval van een lijfrente zijn de verkoopkosten naar voren gehaald. Binnen het product begint de opbouw van kapitaal vanuit een negatieve stand, maar actuarieel klopt de planning als een bus. Daarom komt aan het einde van de rit ook het juiste kapitaal tevoorschijn dat in een levenslange variant kan worden omgezet. Voor veel consumenten blijft dit taaie materie. Het vergt een stevig rekeninzicht en daarnaast speelt natuurlijk ook het verzekeringselement. De consument wil dan ook niet voor niets geadviseerd worden door een specialist die hier allemaal wel rekening mee houdt.' ‘Een ieder die anderzijds een beleggingsrecht eigen woning (BEW) in overweging neemt, moet bijvoorbeeld proberen te zien of de aanbieder hier niet alleen beleggingsfondsen met een hoge beheervergoeding aan heeft gekoppeld. Waar zover een BEW kostenvoordelen biedt, zouden die hierdoor als sneeuw voor de zon verdwijnen. Er wordt ook wel gesteld dat een BEW goedkoper is, omdat er geen overlijdensrisicoverzekering bij gesloten hoeft te worden. Dit is een onjuiste, zelfs een gevaarlijke voorstelling van zaken. De meeste mensen willen namelijk de beste financiële zorg voor hun nabestaanden plannen en komen in dat kader meestel uit bij een overlijdensrisicoverzekering. Het te verzekeren risico varieert in de tijd en daarmee ook de te betalen premie. Het bankspaaradvies moet dus net als het verzekeringsadvies een overlijdensrisico-element bevatten. Het zal dan ook in veel gevallen als gecombineerd product worden aangeboden. Daarmee is het dus niet een product dat zich makkelijker laat begrijpen dan een verzekering waarin sparen en overlijden zijn gecombineerd.
Ook het feit dat de aan het banksparen gekoppelde rekening in box 1 valt en dus niet meer meetelt voor de vermogensrendementsheffing, vraagt om uitleg. De transparantie waar een aantal Kamerleden zich vooraf zo op verheugde, zal in de ogen van de consument niet optreden. Het is helemaal niet het beoogde jip-en-jannekeproduct geworden. Sterker nog: banksparen legt veel verantwoording neer bij de klant. De klant moet bijvoorbeeld heel veel fiscale uitgangspunten kennen en hierop zelf sturen.'
Veranderend toezicht
Over het veranderende toezicht is Vanden Bol een stuk enthousiaster dan over banksparen. 'De Wft is bedoeld om in de financiële dienstverlening een omslag te bewerkstelligen van een kwantitatief en productgericht denken naar een honderd procent te vertrouwen advisering van de klant. Deze kentering moet in het merendeel van de markt zijn beslag nog krijgen, maar zal op termijn positief uitwerken op het imago van de tussenpersoon. De Engelse markt heeft dat proces al ondergaan. De komst van striktere regelgeving heeft ertoe geleid dat de tussenpersoon weer aanzien geniet. Er trad in de Engelse financiële dienstverlening vanuit andere sectoren een gezonde toestroom op van 'onbeschreven bladeren'. Deze mensen konden de door de wet vereiste houding veel makkelijker opbrengen dan tussenpersonen die het in het verleden niet zo nauw namen. Met betrekking tot de Nederlandse situatie vraag ik me momenteel af of de essentie van de Wft wel door de hele markt is begrepen. Hypotheek Visie heeft al voor de introductie van de Wft een uitgebreide inventarisatie van de klant ingevoerd binnen de organisatie. Deze inventarisatie vraagt minimaal 1,5 à 2 uur en kan alleen gedaan worden door iemand die daarvoor opgeleid is in het speciaal daarvoor opgestelde opleidingsprogramma van Hypotheek Visie. Het leidt tot goede adviezen en een goede klantenbinding. Helaas heeft deze manier van werken ook zijn keerzijden. Er lopen bij Hypotheek Visie mensen binnen met bijvoorbeeld drie hypotheekoffertes voor een kapitaal pand onder de arm. 'Mag ik er van u ook zo één? Dan kan ik vergelijken', wordt er dan gevraagd. Als zo iemand dan hoort over ons inventarisatietraject, is hij verbaasd en heeft geen zin om verdere vragen te beantwoorden. Dat hij ook in naam van zijn niet meegekomen vriendin dacht te kunnen spreken, vindt hij niets bijzonders. Elders kon hij de offertes zo meekrijgen zonder verdere inventarisatie. Hoe moet dat nu als deze man een van de offertes accepteert? Gaat de tussenpersoon pas dan inventariseren en strijkt die dan even alle rimpels glad die een overeenkomst in de weg staan? Ik denk het wel. Zelf houd ik vast aan eerst inventariseren en pas dan een offerte uitbrengen, want alleen dan handel je in de geest van de Wft. Maar ik betaal daar natuurlijk wel een prijs voor.' 'Een tweede voorbeeld gaat over een goed opgeleid koppel. Beiden hebben een tijdelijk contract bij hun werkgever. Ze hebben hun oog laten vallen op een pand waarbij een hypothecair krediet van 240.000 euro hoort. De voorkeur gaat uit naar een aflossingsvrije hypotheek. Echter Hypotheek Visie adviseert om 200.000 euro aflossingsvrij te doen en bij wijze van buffer 40.000 euro te beleggen. Er wordt overlegd met een kredietverstrekker en die is akkoord en alleen op deze verantwoorde voorwaarden. Er wordt geen overeenkomst gesloten en na enige tijd wordt ook duidelijk waarom. Het koppel is erin geslaagd om bij dezelfde kredietverstrekker als waar Hypotheek Visie voor hen informeerde alsnog een aflossingsvrije hypotheek van 240.000 euro te krijgen. ...Hoe kan dit? De hypotheek is tot stand gekomen bij een tussenpersoon die gebruik maakt van een inkoopcombinatie. De inkoopcombinatie wil kennelijk niet het beste advies steunen, maar vooral de eigen verdiensten maximaliseren. Daartoe legt het tussenpersonen keihard voorwaarden op waar het klantadvies dan maar onder moet lijden. Anders kan de tussenpersoon verdere samenwerking vergeten. Je zou kunnen denken dat de tussenpersoon de schuldige is in deze. Dat is niet zo. Steeds duidelijker wordt het dat iedereen die zijn geoutsourcede processen niet goed controleert op advieskwaliteit, aansprakelijk gesteld kan worden voor wat er fout gaat in dat proces. De branche laat zich van oudsher niet graag controleren en dit controleproces is nog maar net op gang aan het komen. Pijnlijk wordt het als de slechte hypotheekadviezen uit het nabije verleden ter sprake komen. Bij herziening van deze adviezen zullen veel mensen begrijpen dat ze slecht geadviseerd zijn. Dit met een hausse aan rechtszaken als gevolg.Restprovisie
Vanden Bol hoopt dat de wetgever het tij heeft doen keren voordat er sprake zal zijn van volledige provisietransparantie. 'Als de klant straks voortdurend weet wat de restprovisie is op zijn hypotheek, gaat hij shoppen. Bij een volgende tussenpersoon zal hij proberen een zo'n groot mogelijk deel van de restprovisie op zijn rekening gestort te krijgen. Het behoeft geen betoog dat menig tussenpersoon zal zwichten. Dit zonder dat de afsluitinspanning van de eerste tussenpersoon adequaat beschermd is. Dit kan onmogelijk de bedoeling zijn en vraagt om een helder standpunt van de toezichthouder. Anders ontstaat er een afsluitmarkt die een redelijke beloning van de tussenpersoon uiteindelijk genadeloos onder druk zet.' De veranderingen in de provisiestructuur betekenen ook een verzwaring van de administratieve lasten, aldus Vanden Bol. 'Momenteel is er altijd met een kwart van de boekingen en provisienota's wel iets aan de hand. Ik verwacht een nog moeilijker boekhouding als straks er meer doorlopende provisie betaald wordt. Op de hypotheek ontvang ik dan straks een termijn afsluit en de rest is doorloop in maandelijkse termijnen. Je moet dan bijvoorbeeld 120 termijnen keer vijf euro gaan boeken. Dat kost weer een regenwoud aan papier en geeft je een hulpeloos gevoel als je het milieu wilt helpen door eens een spaarlamp in het plafond te schroeven.Bron: InFinance, 8 februari 2008. Auteur: Davy de Stoppelaar






